Onderwijs

RVC de Hef -vmbo: de brug naar vakmanschap

Rotterdams Vakcollege de Hef staat voor verbinding, aandacht, kwaliteit en veiligheid. In de directe omgeving van de school zijn dit de kernwaarden die direct betekenis krijgen. RVC de Hef stelt haar brugfunctie centraal. 

Deze brugfunctie is symbolisch voor ons onderwijs, de schoolorganisatie en de omgeving waar onze school staat. RVC de Hef slaat een brug naar de samenleving: de leerlingen zijn de vakmannen en vakvrouwen van de toekomst; zij zijn zich bewust van hun burgerschap en in staat een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de samenleving. 

Ons gebouw is symbolisch voor wat wij de leerlingen bieden: hoogwaardig vakonderwijs, een gestructureerde en persoonlijke begeleiding en transparant in alles. 

Symboliek van het logo

De brug is opgebouwd uit een constructie met verschillende vormen. De vormen zijn gebruikt in de grafische weergave van de brug voor het logo. Dit geeft onze visie op het onderwijs heel duidelijk weer:

  • We werken samen;
  • We verheffen onze leerlingen tot een hoger niveau;
  • We verbinden met elkaar en onze omgeving.

Missie

1. We leren te verlangen naar waar je nodig bent 

Op RVC de Hef denken we in overvloed en niet in tekorten. We gaan uit van kansen en mogelijkheden van iedereen. We leren allemaal en hebben elkaar nodig om onze leerlingen in de gemeenschap te laten opgroeien en ingroeien. Ingroeien wil zeggen: van gezin naar wijk, naar school, naar stad, land …wereld. Opgroeien wil zeggen: persoonsvorming: worden wie je bent. De school is de werkplaats waarin iedereen oefent om vorm te geven aan een goed leven. We zien iedereen, iedereen is nieuwsgierig en iedereen is nodig.

“Als je een schip wilt bouwen Roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen en Het werk te verdelen In plaats daarvan Leer ze verlangen Naar de enorme eindeloze zee” (Antoine de Saint-Exupéry)

3. We leiden op tot vakmens

Vakmanschap en leren goed te werken omwille van de kwaliteit van het werk zelf is de basis voor goed burgerschap. Vakmensen zijn nodig. Zij brengen kwaliteit in ieders leven.

2. Werken aan een goed leven leidt tot geluk

Op RVC de Hef is een onderwijsloopbaan geslaagd als er uitzicht is op een goed leven. Dit is een leven waarin het lukt je capaciteiten volledig te benutten voor jezelf en de gemeenschap. Door kennis, vaardigheden, acties en keuzes probeert ieder lid van de onderwijsgemeenschap RVC de Hef zichzelf in verbondenheid met anderen optimaal te verheffen. Onze medewerkers, onze leerlingen en onze ouders zijn een voorbeeld van werken aan een goed leven. We zijn verbonden, hebben aandacht, we leveren kwaliteit in veiligheid.

4. Onze onderwijsaanpak 

We leven in een ingewikkelde wereld die voortdurend verandert. Een zeker bestaan is niet vanzelfsprekend en van mensen vraagt de omgeving flexibiliteit. 

Met hun mogelijkheden leren we onze leerlingen met deze ingewikkelde en voortdurend veranderende wereld om te gaan en een actieve bijdrage te leveren. 

We helpen deze leerlingen door hen hier op voor te bereiden door ons onderwijs te baseren op de volgende vier uitgangspunten: 

  1. In een doorlopende leerlijn ontwikkelen we vakmanschap. 
  2. We nemen loopbaanoriëntatie en -begeleiding als ruggengraat van ons onderwijs. 
  3. De kwaliteit van het werk staat centraal: we leren met elkaar beter te worden. 
  4. Iedere leerling ontwikkelt een eigen route naar vakmanschap door middel van doelgericht onderwijs, ondersteund door ouders en medewerkers. 

Extra ondersteuning en passend onderwijs 

Op De Hef hebben wij onze leerlingen goed in beeld. Vanaf het moment dat zij worden aangemeld tot aan het moment dat zij de school verlaten voor vervolgonderwijs. Wij werken hierbij volgens het principe van handelingsgericht werken, namelijk vanuit de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Doelmatig, transparant, systematisch, planmatig en in afstemming met alle betrokkenen. Onze docenten passen het onderwijs aan op basis van de behoefte van de leerling. Om elke leerling zo goed mogelijk te ondersteunen, werken wij met een ondersteuningsplan dat is gericht op het versterken van de basisondersteuning en handvatten biedt aan leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben. Indien wij als school niet de ondersteuning kunnen bieden, wordt met alle betrokkenen op zoek gegaan naar een passende plek voor de leerling. In het Schoolondersteuningsprofiel (SOP) leest u meer over onze aanpak. 

RESULTATEN 

In het schooljaar 2017-2018 is gemiddeld (b/k) 99% van onze leerlingen geslaagd, voor 2018-2019 lag het gemiddelde op 87% en voor het schooljaar 2019-2020 was dat 96%. Het (voorlopige) percentage Voortijdig Schoolverlaten (VSV) was in schooljaar 2016-2017 1,8%, voor 2017-2018 bedroeg dit 1,4%, voor schooljaar 2018-2019 ging het om 2,7 % (voorlopig). Voor schooljaar 2019-2020 zijn de cijfers nog niet bekend. 

Onderbouwsnelheid, Bovenbouwsucces en examencijfers 

jaarscore gewogen gemiddelde
Onderbouwsnelheid 2016-2017 93,44%
2017-2018 94,38%
2018-2019 85,62%
Som 3 jaar 91,33%
jaarscore basis jaarscore kader
Bovenbouwsucces 2016-2017 87,76% 84,88%
2017-2018 81,08% 95,92%
2018-2019 75,89% 73,68%
Gem. 3 jaar 81,33% 84,23%
jaarscore basis jaarscore kader
Examencijfers 2016-2017 6,48 6,13
2017-2018 6,61 6,4
2018-2019 6,28 6,04
Gem. 3 jaar 6,46 6,18

Didactiek

De leerling leert onder deskundige begeleiding werk van kwaliteit te leveren. In onze lessen staan we naast de leerlingen en is onze aandacht gericht op het werk. We zien beweging ontstaan omdat we inspireren, instrueren, voordoen, stimuleren, vertrouwen en feedback geven om beter te worden en over laten doen wat beter kan. We zien vakmanschap ontstaan omdat we hen leren beoordelen wanneer iets goed is en van waarde voor de omgeving. Concreet betekent dit voor onze didactiek:

  • We werken in realistische leersituaties.
  • We werken doelgericht.
  • We werken met modellen & rolmodellen.
  • We stellen het werk centraal.
  • We werken met feedback.
  • We werken met meerdere uitwerkingen/pogingen.
  • We maken ons werk publiek.
  • We werken met portfolio’s.
  • We werken met coaching.


Pedagogiek

In de missie hebben we de belangrijkste pedagogische uitgangspunten verwoord. De leerlingen verdienen een betekenisvolle plek in de omgeving waar zij opgroeien en ingroeien. Het pedagogisch handelen is er voortdurend op gericht om de leerlingen zich te laten oriënteren op de wereld om hen heen en om hun talenten te verbinden met die wereld. Concreet betekent dit voor onze pedagogiek:

  • We gaan uit van verschillen.
  • We werken vanuit een relatie om tot een prestatie te komen.
  • We leren van onze fouten en ons handelen is gericht op verbeteren en herstel.
  • We werken met spelgevoel om de mismatch tussen straat-, school- en thuiscultuur te doorbreken.
  • We werken aan de vorming van het karakter dat vakmanschap versterkt.
  • We denken in overvloed en gaan niet uit van tekorten.
  • We kunnen het niet alleen en hebben de gemeenschap nodig.
  • We staan model voor het pedagogisch handelen in de gemeenschap.


Schoolprofiel

Rotterdams Vakcollege de Hef heeft de gemengde/ theoretische leerweg en de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen in huis, inclusief leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). De school is in het kader van Passend Onderwijs aangesloten bij het samenwerkingsverband Koers VO (www.koersvo.nl). De Hef is een kleinschalige en veilige school, waar kennisoverdracht en het ontwikkelen van vakmanschap belangrijk zijn. We hechten veel waarde aan rust, regels en structuur. De Hef staat voor intensief onderwijs, met persoonlijke aandacht en extra begeleiding op het gebied van taal en rekenvaardigheid. De school heeft veel aandacht voor buitenschools leren. Iedere klas heeft een mentor, die de leerlingen coacht en regelmatig contact met ouders onderhoudt. De mentor start bijna iedere schooldag met zijn mentorgroep om zo de leerlingen optimaal te kunnen begeleiden. Bovendien geeft de mentor in de onderbouw ook andere lessen waardoor er veel contacttijd met de mentor is. De mentor is dan ook de spil in de leerlingbegeleiding. Ouders hebben via internet op Magister toegang tot informatie over cijfers, aanwezigheid en te laat komen. In de bovenbouw werken leerlingen binnen de sectoren economie, zorg en techniek aan een gekozen profiel. Binnen de sector economie biedt RVC de Hef het profiel Economie en Ondernemen (E&O) aan. Binnen de sector zorg is dat het profiel Zorg en Welzijn (Z&W) en de sector techniek op RVC de Hef biedt zelfs twee profielen aan: bouw, wonen en interieur (BWI) en produceren, installeren en energie (PIE).

Overzicht Schoolkosten/vrijwillige ouderbijdragen 2020-2021

VMBOLeerjaar 1Leerjaar 2Leerjaar 3Leerjaar 4

Administratiekosten

€ 10,00

€ 10,00

€ 10,00

€ 10,00

Culturele activiteiten

€ 15,00

€ 15,00

€ 15,00

€ 15,00

Ouderbijdrage voor o.a. schoolfeesten

€ 15,00

€ 15,00

€ 15,00

€ 15,00

Reiskosten buitenschoolse activiteiten

€ 25,00

€ 25,00

€ 25,00

€ 25,00

Totaal

€ 65,00

€ 65,00

€ 65,00

€ 65,00

Het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage zal het volgen van het reguliere onderwijs en het afleggen van examens niet verhinderen.
Er wordt geen bijdrage gevraagd voor de schoolgids. Deze is digitaal in te zien via de website.

Alle leerlingen krijgen kosteloos een kluisje. Bij verlies van het kluispasje, vragen wij €5,- voor een nieuw pasje.

TAALAANPAK 

Een goede beheersing van het Nederlands is een vereiste voor het optimaal kunnen functioneren in onze maatschappij. Daarom is er in al onze lessen aandacht voor de taal. Wij gebruiken het programma Nieuwsbegrip als ondersteuning voor het versterken van het begrijpend lezen en het vergroten van de woordenschat. In alle lokalen hangt het stappenplan voor het lezen van een tekst, waardoor hier in alle lessen gebruik van gemaakt kan worden. Leerlingen kunnen zich daarnaast opgeven voor extra taalondersteuning tijdens de Hef-uren. Leerlingen die vanuit de ISK doorstromen naar het VMBO, krijgen het eerste jaar 4 uur extra taalondersteuning waarin onder andere wordt gewerkt met programma Muiswerk. 

REKENAANPAK 

Ook goede rekenvaardigheden zijn van belang om goed te kunnen functioneren in de samenleving. Gecijferdheid is noodzakelijk, want we leven in een wereld van maten en getallen. We voeren een actief rekenbeleid en proberen dat in het gehele curriculum terug te laten komen. Het online oefenprogramma Studieflow wordt gebruikt in de onderbouw op zowel het referentieniveau 2A en 2F. In leerjaar 3 gaan de leerlingen met rekenen aan de slag gericht op hun praktijkvak, ze doen dit zowel online als met een lesboek. Daarnaast maken we gebruik van de diagnostische toets Dia-rekenen om achterstanden adequaat weg te werken.

LWOO 

Lwoo staat voor leerwegondersteunend onderwijs. Leerlingen die goed in staat zijn om een VMBO-diploma te behalen, maar die leerachterstanden hebben of in een moeilijke situatie verkeren, krijgen leerwegondersteuning door extra hulp en begeleiding. Zo kunnen ze hun achterstand wegwerken. Lwoo-leerlingen doen gewoon VMBO-examen en ontvangen een VMBO-diploma. Iedere lwoo-leerling kan dus na het behalen van het VMBO-diploma doorstromen naar het mbo (bv. Zadkine, Albeda College of een ander ROC). 

Eerste en tweede leerjaar

Eerste leerjaar
De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is groot voor leerlingen. We houden hier op RVC de Hef rekening mee door de leerlingen van groep 8 voor de zomervakantie al kennis te laten maken met hun nieuwe klas en mentor. Om er voor te zorgen dat de leerlingen zich snel thuis voelen op onze school, zijn er in de eerste week meerdere kennismakingsactiviteiten. Tijdens de klassikale dagstart worden de leerlingen extra geholpen om te wennen aan de nieuwe school, de nieuwe mensen om zich heen en alle nieuwe vakken op het rooster. Dit doet de mentor door het rooster samen door te nemen, de informatie in het Hefboekje door te spreken en veel te herhalen. Tijdens de persoonlijke coachingsgesprekken is extra ruimte om dieper in te gaan op persoonlijke leervragen van leerlingen. Daarnaast worden de lessen in leerjaar 1 zoveel mogelijk in een speciaal aangewezen deel van het gebouw gegeven, om leerlingen langzaam te laten wennen aan de het grote gebouw en de hoeveelheid mensen.

Op de Hef vinden wij het belangrijk dat leerlingen vanaf het eerste leerjaar zicht krijgen op de sectoren in de bovenbouw, veel praktijkervaring op doen en ervaren waar zij goed in zijn en wat zij willen leren. Daarom krijgen alle eerstejaars leerlingen 8 uur praktische lessen techniek & beeldend, zorg & welzijn en economie & ondernemen. Tijdens het LOB uur (loopbaan oriëntatie) staat het thema ‘ wie ben ik’ centraal en reflecteren de leerlingen op de (praktijk)lessen en maken zij hun portfolio. Tijdens de persoonlijke coachgesprekken en het MOL-gesprek wordt ingegaan op het portfolio en de persoonlijke leerdoelen.

Tweede leerjaar
In het tweede jaar zijn leerlingen gewend aan het grote gebouw en kunnen zij les krijgen in het hele gebouw. Leerlingen krijgen een nieuwe mentor en een nieuwe klas, maar houden dezelfde vakken als in leerjaar 1. De leerlingen krijgen ook dit jaar 8 uur praktijklessen en bij LOB staat nu ‘wat kan ik’ centraal. Gedurende dit schooljaar maken de leerlingen een keuze voor een sectorkeuze in leerjaar 3.

SECTOREN IN HET VMBO 

Na het tweede leerjaar kiezen leerlingen definitief uit vier profielen: bouw, wonen & interieur (BWI), produceren, installeren & energie (PIE), zorg & welzijn (Z&W) en economie en ondernemen (E&O).

Vanaf het derde jaar volgt iedereen zes algemene vakken: Nederlands, wiskunde, Engels, maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming (ckv) en lichamelijke opvoeding. Daarnaast volgt elke leerling per sector nog het sector vak, plus de beroepsgerichte vakken van de door hem of haar gekozen sector. Zo maken ze kennis met beroepen en werkzaamheden waarmee ze later te maken krijgen.

Vanaf het derde leerjaar werkt iedere leerling aan zijn examendossier zoals vermeld in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) wat te vinden is in het Hef-boekje wat iedere leerling aan het begin van het schooljaar krijgt uitgereikt. We bieden de sectoren breed aan, dat wil zeggen dat de leerlingen zich richten op alle aspecten van de sector die ze gekozen hebben. Iedere sector bereidt leerlingen met speciale beroepsgerichte examenprogramma’s voor op vervolgopleidingen.

Zorg & Welzijn (Z&W)
Voorbereiding op een beroepsopleiding voor o.a. kapper, ziekenverzorgende, uiterlijke verzorging, horeca, sociale beroepen.

Economie & ondernemen (E&O)
Voorbereiding op een beroepsopleiding voor o.a. receptionist, administratief medewerker, baliemedewerker, logistiek medewerker, verkoper.

Bouw, Wonen & Interieur (BWI)
Voorbereiding op een beroepsopleiding voor o.a. timmerman, (scheeps)interieur-bouwer, metselaar, meubelmaker, interieuradviseur enz.

Produceren, Installeren & Energie (PIE)
Voorbereiding op een beroepsopleiding voor o.a. bouwvakker, installateur, loodgieter, timmerman, servicemonteur, enz.

    VAKGROEPEN

    Iedere vakgroep heeft zijn ambitie en het onderwijsprogramma vastgelegd in vakwerkplannen. De vakwerkplannen maken onderdeel uit van onze kwaliteitszorg. Door gegevens te verzamelen en te reflecteren op het werk stellen alle vakgroepen ieder jaar een activiteitenplan op om de lessen te verbeteren.

    Vakschool Techniek RVC de Hef 

    Ontstaan

    In 2011 hebben de gemeente Rotterdam, het bedrijfsleven en het onderwijs de handen ineen- geslagen om de afkalving van het techniekonderwijs in Rotterdam tegen te gaan. De vraag naar vakmensen in de techniek is groot in de regio Rijnmond. Tegelijkertijd kiezen steeds minder leerlingen voor deze opleidingen met als gevolg dat scholen zelfs techniekafdelingen hebben moeten sluiten. Om die beweging te keren hebben gemeente, bedrijfsleven en onderwijs vier vakscholen ingericht waarin bedrijfsleven, VMBO en MBO nauw samenwerken om vakmanschap weer de waardering te geven die het verdient. Speerpunten zijn verbetering van de kwaliteit van het techniekonderwijs en een serieuze groei van het aantal leerlingen dat kiest voor een loopbaan in de techniek.

    Kenmerken van de Rotterdamse vakschool techniek zijn:

    Een praktijkgericht onderwijsprogramma: van brede oriëntatie naar specialisatie.

    Een herkenbaar en sterk beroepsprofiel voor leerlingen en het bedrijfsleven.

    Intensieve samenwerking tussen VMBO, MBO en bedrijven en organisaties, die leidt tot een startkwalificatie op minimaal niveau 2.

    Een doorlopende leerlijn VMBO-MBO.

    Onderwijs met stage- en baangarantie.

    Persoonlijk en kleinschalig onderwijs.

    Groei van het aantal leerlingen dat voor techniek kiest.


      Vakmanschapsroute

      De goede samenwerking tussen de partijen heeft geresulteerd in de vakmanschapsroute (VMR). Leerlingen die in leerjaar 3 starten in de vakmanschaps-route volgen een doorlopende leerlijn van VMBO naar MBO. De onderwijsprogramma’s zijn nauw met elkaar verweven. Met behulp van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) ontdekken de leerlingen welk beroep in de techniek het beste bij hen past en welke kansen deze beroepen hebben op de arbeidsmarkt. De vakmanschaps-route mondt uit in een startkwalificatie voor een beroep met uitzicht op een baan.

      Doorlopende leerlijnen

      Behalve de vakmanschapsroute voor de sector techniek werkt RVC de Hef eveneens aan het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen voor de sectoren zorg & welzijn en economie & ondernemen.

      Stage

      Stages eerste en tweede leerjaar VMBO 

      Stagelopen vinden we als RVC de Hef een belangrijk onderdeel van de opleiding. Leren in oorspronkelijke buitenschoolse situaties draagt bij aan de ontwikkeling van de loopbaan. 

      In leerjaar 1 en 2 gaan leerlingen 2 x per jaar op bliksemstage. De bliksemstage organiseert de school in samenwerking met JINC. JINC heeft een groot netwerk aan bedrijven en instellingen die met plezier de leerlingen van onze school ontvangen en hen laat kennismaken met de bijzonderheden van het bedrijf of de instelling. 

      De bliksemstages zijn vervlochten met ons LOB-programma (LOB staat voor Loopbaanoriëntatie en Begeleiding). LOB vormt de ruggengraat van ons onderwijs en heeft als doel de leerlingen te laten ontdekken waar zij in de nabije toekomst voor opgeleid willen worden. Bliksemstages bieden ervaringen op grond waarvan leerlingen makkelijker keuzes kunnen maken. Aan het eind van leerjaar twee dienen de leerlingen al te kiezen voor een sector in de bovenbouw. Kiezen voor een sector gaat beter als je weet welke beroepen er zoal zijn en als je zicht hebt op wat je wilt worden. 

      Buitenschools leren 

      Voor de bovenbouw organiseren we leeractiviteiten buiten de school die nauw aansluiten bij de nieuwe examenprogramma’s. Daarnaast zijn de leerlingen tijdens de praktijklessen ook bezig op het gebied van LOB. Hier ligt de focus op de juiste aansluiting op hun vervolgopleiding. Elke periode hebben de leerlingen een portfoliogesprek bij hun praktijkdocent en houden dit bij in hun LOB-dossier. Op deze wijze zal het leerrendement groter zijn en beter aansluiten bij de examens en de vervolgopleiding.

      Maatschappelijke stage 

      Vanaf 2012 is maatschappelijke stage niet langer verplicht voor alle middelbare scholieren. Wij vinden het echter belangrijk, dat onze leerlingen goede burgers zijn in de maatschappij en vragen hen daarom een bijdrage te leveren aan het beheren van het schoolgebouw en de omgeving. Iedere leerling draagt een steentje bij. 

      In ons LOB-programma zitten niet alleen beroepsgerichte maar ook maatschappelijke accenten. De ontwikkeling van burgerschap is nauw verweven met ons LOB-programma, waarin leerlingen veel in aanraking komen met de buitenschoolse context.

      Lestijden

      *Lestijden
      Op de dinsdagen wijken de lestijden af van de andere dagen. Dan is er geen tweede pauze, maar gaan de lessen om 13.15 uur door. Om 14.00 uur, na het 7e uur, zijn alle leerlingen uit. De rest van de middag is ingericht voor vergaderingen.

      Maandag, woensdagdonderdag, vrijdag
      Lesuur 108.15 - 09.00 uur
      Lesuur 209.00 - 09.45 uur
      Lesuur 309.45 - 10.30 uur
      Ochtendpauze10.30 - 11.00 uur
      Lesuur 411.00 - 11.45 uur
      Lesuur 511.45 - 12.30 uur
      Lesuur 6
      / pauze onderbouw/ ISK
      12.30 - 13.15 uur
      Lesuur 7
      /pauze bovenbouw
      13.15 - 14.00 uur
      Lesuur 814.00 - 14.45 uur
      Lesuur 914.45- 15.30 uur

      Lesuitval

      Lesuitval is helaas niet altijd te voorkomen. Bij afwezigheid van docenten door ziekte, nascholing of persoonlijke omstandigheden probeert de roostermaker zoveel mogelijk het rooster aan te passen, zodat de leerlingen zo min mogelijk lesuitval / tussenuren hebben. Mocht er onverhoopt toch geen passende oplossing gevonden worden, dan kunnen de leerlingen in de aula terecht. Bij langdurige ziekte van docenten is het vrijwel onmogelijk tot onmiddellijke vervanging over te gaan. Binnen het team proberen wij dit dan gezamenlijk op te vangen en een goede oplossing te bedenken.

      * Dinsdag
      Lesuur 108.15 - 09.00 uur
      Lesuur 209.00 - 09.45 uur
      Lesuur 309.45 - 10.30 uur
      Ochtendpauze10.30 - 11.00 uur
      Lesuur 411.00 - 11.45 uur
      Lesuur 511.45 - 12.30 uur
      Lesuur 6 12.30 - 13.15 uur
      Lesuur 713.15 - 14.00 uur

      Lessentabel 2020-2021

      Lessentabel '20-'21 DEF.pdf

      Organisatie

      Cijfers 

      In de onderbouw wordt het eindcijfer bepaald op basis van de gemiddelde van de periodecijfers. De toetsen zijn vastgelegd in een programma van toetsing en doorstroming (PTD). In de bovenbouw, waar het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van toepassing is, vermelden wij alle toetsen die deel uitmaken van het cijfer voor het Schoolexamen. Het schoolexamencijfer bepaalt de helft van het eindcijfer en is het voortschrijdend gemiddelde van alle PTA-toetsen. Iedereen heeft in principe recht op twee PTA-herkansingen per periode. Een herkansing voor een avo-vak en een herkansing voor een praktijkvak. 

      Rapporten 

      Het schooljaar is verdeeld in drie periodes. 

      • Periode 1 september t/m november 
      • Periode 2 december t/m (half) maart 
      • Periode 3 maart t/m juli 

      Na elke periode ontvangt de leerling een rapport. Het rapport na periode 3 is tevens het eindrapport. Aan het einde van het jaar hoort de leerling in welke leerweg hij of zij verder kan gaan. Als er onvoldoende gegevens zijn om een rapportcijfer vast te stellen, geven we dit aan met de aanduiding o.g. (onvoldoende gegevens) of g.g. (geen gegevens). In dat geval gaat de leerling niet over naar het volgende schooljaar, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om anders te besluiten. Rapportcijfers worden afgerond op een decimaal. De rapporten worden door de mentor tijdens een gesprek persoonlijk uitgedeeld aan de ouders en de leerling. In dit gesprek wordt aanvullende informatie verstrekt. 

      Loopbaanoriëntatie

      Bij het onderdeel stage is al gesproken over LOB.  Maar LOB is meer dan stagelopen, de stage is slechts een onderdeel van het totale LOB-programma. In leerjaar 1 en 2 is LOB verweven in de PSO-lessen en hebben leerlingen wekelijks een LOB-uur met eigen mentor. De LOB-activiteiten worden gehangen aan verschillende thema's. In leerjaar 1 ligt de focus op 'Wat wil ik?' en in leerjaar 2 op 'Wat kan ik?'. In de PSO-lessen komen de profielen Zorg en Welzijn, Economie en ondernemen, en de technische profielen PIE en BWI aan bod. De opdrachten die worden gemaakt tijdens het LOB-uur worden opgenomen in het LOB-dossier. Dit dossier presenteert de leerling aan zijn mentor en ouders tijdens de periodieke MOL-gesprekken (mentor, ouder, leerling). De loopbaanontwikkeling van de leerling wordt in dit gesprek met ouders, leerling en mentor besproken.

      Bevordering naar een hoger leerjaar 

      Over de bevordering beslist de docentenvergadering. Leerlingen die voldoen aan de overgangsnormen hebben het recht om het jaar daarop plaats te nemen in het volgende leerjaar van het betreffende schooltype. Een leerling die niet voldoet aan de normen kan het leerjaar doubleren (het leerjaar opnieuw doen), óf door de school gericht worden bevorderd naar een ander schooltype.

      De docentenvergadering kan om moverende redenen en in het belang van de leerling, afwijken van de overgangsnormen. Over het algemeen geldt:

      De cijfers 4,5 t/m 5,4 tellen als één tekortpunt.
      De cijfers 3,5 t/m 4,4 tellen als twee tekortpunten.
      De cijfers 2,5 t/m 3,4 tellen als drie tekortpunten.

      Van klas 1 naar klas 2

      Maximaal 2 tekortpunten. In dit geval moet één tekortpunt gecompenseerd worden.
      Portfolio PSO moet afgerond zijn.
      Het vak S&B moet voldoende zijn.

      Van klas 2 naar klas 3

      Maximaal 2 tekortpunten. In dit geval moet één tekortpunt gecompenseerd worden.
      Portfolio PSO moet afgerond zijn.
      Het vak S&B moet voldoende zijn.

      Van klas 3 naar klas 4

      Maximaal 2 tekortpunten. In dit geval moet één tekortpunt gecompenseerd worden. 
      De vakken S&B, CKV en LOB moeten voldoende zijn.

      In klas 3 bepaalt de vergadering of de leerling overgaat aan de hand van het eindexamenreglement. In het derde leerjaar begint de opbouw van het examendossier.

      Eindexamen klas 4

      In het eindexamenreglement staan de normen die bepalen of de leerling geslaagd is voor het eindexamen. Het cijfer wordt samengesteld uit de beoordeling van het examendossier en de centrale examens.

      Slaag- zakregeling eindexame
      Gemiddelde van je centraal examen resultaten is 5,5 of hoger.
      Eindcijfer Nederlands 5,0 of hoger.
      Maximaal 2 tekortpunten. In dit geval moet één tekortpunt gecompenseerd worden.
      De vakken S&B, CKV en LOB moeten voldoende zijn.

      Zitten blijven

      Uit grootschalig wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat zittenblijven weinig of geen invloed heeft op een succesvolle schoolloopbaan. Dat wil niet zeggen dat leerlingen op RVC de Hef niet kunnen blijven zitten. De docentenvergadering onderzoekt dan of plaatsing op een ander niveau mogelijk is. Zittenblijven is alleen zinvol wanneer de leerling wel de kwaliteiten bezit om het niveau te behalen, maar door omstandigheden veel lessen heeft gemist.

      RVC de Hef - ISK: de brug naar regulier onderwijs 

      Rotterdams Vakcollege de Hef staat voor verbondenheid, aandacht, kwaliteit en veiligheid. In de directe omgeving van de school zijn dit de kernwaarden die direct betekenis krijgen. RVC de Hef stelt haar brugfunctie centraal. Deze brugfunctie is symbolisch voor ons onderwijs, de schoolorganisatie en de omgeving waar onze school staat. RVC de Hef slaat een brug naar de samenleving: de leerlingen worden adequaat toegerust voor het reguliere onderwijs in de toekomst; zij zijn zich bewust van hun burgerschap en in staat een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de samenleving.

      Binnen de ISK zijn er drie fases:

      • Instroomfase: de leerling maakt kennis met de Nederlandse taal en cultuur in een overzichtelijke en veilige omgeving. De focus ligt erop de leerling wegwijs te maken op onze school.
      • Doorstroomfase: de leerling maakt vorderingen in het Nederlands en gaat steeds meer naar buiten kijken. Er wordt georiënteerd op een vervolgopleiding .
      • Uitstroomfase: de leerling maakt zich op om door te stromen naar het regulier onderwijs en stroomt uit naar het (V)MBO.

      Didactiek

      De leerling leert onder deskundige begeleiding werk van kwaliteit te leveren. In onze lessen staan we naast de leerlingen en is onze aandacht gericht op het werk. We zien beweging ontstaan omdat we inspireren, instrueren, voordoen, stimuleren, vertrouwen geven, feedback geven om beter te worden en werken aan wat beter kan. Concreet betekent dit voor onze didactiek:

      • We werken in realistische leersituaties.
      • We werken doelgericht.
      • We werken met modellen & rolmodellen. ​
      • We stellen het werk centraal.
      • We geven effectieve feedback.
      • We werken met meerdere uitwerkingen/pogingen.
      • We maken ons werk publiek.
      • We werken met portfolio’s.
      • We werken met ​persoonlijke coaching.
      • ​We werken gedifferentieerd.

      Pedagogiek

      In de missie hebben we de belangrijkste pedagogische uitgangspunten verwoord. De leerlingen verdienen een betekenisvolle plek in de omgeving waar zij opgroeien en ingroeien. Het pedagogisch handelen is er voortdurend op gericht om de leerlingen zich te laten oriënteren op de wereld om hen heen en om hun talenten te verbinden met die wereld. Concreet betekent dit voor onze pedagogiek:

      • We gaan uit van verschillen.
      • We werken vanuit een relatie om tot een prestatie te komen.
      • We leren van onze fouten en ons handelen is gericht op verbeteren en herstel.
      • We werken met spelgevoel om de mismatch tussen straat-, school- en thuiscultuur te doorbreken.
      • We werken aan de vorming van het karakter dat vakmanschap versterkt.
      • We denken in kansen en niet in belemmeringen.
      • We kunnen het niet alleen ​en zoeken een goede samenwerking met de omgeving van de leerling.
      • We staan model voor het pedagogisch handelen in de gemeenschap.

      De ISK is de afdeling voor leerlingen die nu in Nederland wonen, maar die de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig zijn. In de ISK kun je in korte tijd (circa twee schooljaren) ​voldoende Nederlands leren ​om door te stromen naar regulier onderwijs. Het is ​daarom belangrijk dat leerlingen de Nederlandse taal goed leren. Dit bevordert ook de integratie. Na de ISK kunnen leerlingen verder leren aan een reguliere school of opleiding. Wij noemen dat ‘schakelen’. Wie daar een diploma behaalt, heeft meer kans op een succesvolle toekomst in Nederland.

      Ons onderwijs wordt afgestemd op het ontwikkelingsperspectief (OPP) van iedere leerling. Het persoonlijke ontwikkelplan van iedere leerling beschrijft duidelijk de individuele leer-/ streefdoelen en de wijze waarop deze dienen te worden bereikt. Het OPP wordt met de leerling periodiek geëvalueerd en waar nodig worden nieuwe doelen geformuleerd.

        Het is de bedoeling dat leerlingen: 

        • Zo snel mogelijk de Nederlandse taal verwerven. 
        • Kennismaken met diverse aspecten van de Nederlandse samenleving. 
        • Een goede oriëntatie op school- en loopbaankeuze krijgen, zodat een passende overstap wordt gemaakt naar het reguliere (vervolg)onderwijs. 


        Onderwijsaanbod

        Het onderwijsaanbod sluit zoveel mogelijk aan bij het reguliere voortgezet onderwijs. Daarom is van belang dat helder is wat daar in de onderbouw en bovenbouw, per niveau, aan verplichte vakken, keuzevakken en vrije ruimte zijn. De volgende niveaus worden aangeboden op de ISK-afdelingen van Nieuw Zuid/RVC de Hef: ISK midden niveau (VMBO B/K/TL, MBO 1​ en af en toe ook MBO 2).

        De leerlingen met het uitstroomprofiel MBO 1 en VMBO basis en kader krijgen naast de kernvakken de volgende lessen om kennis te maken met en aan te sluiten op de sectorkeuze van het VMBO en het MBO.

        • Techniek
        • Zorg & Welzijn
        • Economie & Ondernemen


        Nederlands leren

        Het belangrijkste vak in de ISK is Nederlands, ook wel NT2 genoemd (Nederlands als 2e Taal). Dit vak volgen onze leerlingen ongeveer de helft van de lestijd, ​maar ook bij de andere vakken staat Nederlandse taalverwerving centraal. Wij vinden het belangrijk dat elke leerling werkt in zijn eigen tempo en op zijn eigen niveau. Leerlingen starten daarom in een klas die goed aansluit bij hun niveau. Tijdens de lessen Nederlands is er ook aandacht voor burgerschapsvorming. De leerlingen maken kennis met de diverse aspecten van de Nederlandse samenleving. 


        Andere vakken

        1. Praktijkvakken

        De praktijkvakken zijn ondergebracht bij praktische beroepsvorming, waarin leerlingen kennismaken met economie, zorg en welzijn en beeldend/techniek.

        2. Theorievakken

        Wiskunde/Rekenen, Mens en Maatschappij/Natuur en Engels

        3. Sport

        Wij vinden bewegen en een goede lichamelijke conditie belangrijk. Daarom hebben alle klassen twee uur sport per week.

        4.Loopbaanoriëntatie en begeleiding

        Tijdens de coaching bieden wij de leerlingen een goede oriëntatie op hun school- en loopbaankeuze, zodat zij een bij hen passende overstap kunnen maken naar het reguliere (vervolg)onderwijs.

        Activiteiten voor leerlingen 

        Door het jaar heen worden buiten, maar ook onder lestijd, verschillende activiteiten georganiseerd. Sommige van deze activiteiten zijn verlicht voor alle leerlingen, andere zijn op vrijwillige basis. 

        De cultuurdag aan het einde van elke periode is een activiteit die voor alle leerlingen in elk leerjaar een verplicht onderdeel is. De cultuur heeft elke periode een thema, waar leerlingen verschillende workshops doen. De activiteiten worden verwerkt in het CKV-dossier van de leerling. Buitenschools vinden er ook activiteiten plaats, deze activiteiten kunnen verschillend van aard zijn zoals voor vrijetijdsbesteding en als extra ondersteuning in bepaalde vakken. Daarnaast zijn er verschillende schoolfeesten. Deze activiteiten zijn op vrijwillige basis.